­

genjw def       

Gerda Struik-Wijnholds werkt inmiddels al weer ruim 25 jaar bij Buro Hollema, zij draagt daarmee de langste buro-geschiedenis met haar mee. In haar kielzog volgt Jan Wiebren Visser die drie jaar na haar kwam in 1992. Op advies van Gerda, zijn studiegenoot van de middelbare tuinbouwschool in Frederiksoord, schreef hij een open sollicitatie wat leidde tot een baan als civieltechnisch medewerker.

Jan Wiebren herinnert het zich het nog goed, het wachten op de uitslag na zijn sollicitatiegesprek. Aan het einde van de week zou hij een telefoontje krijgen of hij wel/niet aangenomen zou worden. Dit bleef echter uit. De week daarop belde hij meerdere malen en ook de week die daarop volgde bleef hij bellen. Elke keer was Willem Pier, een van de eigenaren destijds, niet aanwezig op kantoor. Gerda noteerde in die tijd alle telefoontjes. Willem belde vaak tussen de middag vanuit een wegrestaurant om te informeren wie er had gebeld. Zo ging dat in het mobielloze tijdperk. Uiteindelijk kreeg Jan Wiebren dan toch het verlossende telefoontje; hij was welkom.

Gerda startte haar carrière bij Geke Hollema, de oprichter van het bureau. Voor het sollicitatiegesprek is ze bloednerveus. Ze heeft namelijk gereageerd op de functie van tekenaar groenbeplanting. En juist dat tekenen baarde haar grote zorgen. Gelukkig opende Geke het gesprek met “Je komt vers van school hé, dus tekenen kun je nog niet”. Hij was erg precies met tekenen. Zo leerde hij Gerda om met een loep te werken, zodat ze exact het juiste lijntje kon weghalen dat met het blote oog niet te zien was.

Na zoveel werkjaren hebben Gerda en Jan Wiebren het nog steeds naar hun zin op het bureau. Dit hangt samen met twee termen: betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Jan Wiebren geeft aan dat het werken bij Buro Hollema altijd al heeft gevoeld alsof het zijn eigen bedrijf was. Gerda vult aan dat je projecten gezamenlijk tot een goed einde brengt. Iedereen levert zijn eigen bijdrage aan het geheel. De 9-tot-5-mentaliteit is onbekend bij het bureau. Ze illustreren dit aan de hand van een voorbeeld. Op een zaterdag in het verleden werkten we aan bestekken voor een gemeente. Het hele kantoor lag vol met stapels papier die tezamen het bestek vormden. Wij pakten van elke stapel een velletje om de bestekken gereed te maken, dus liepen wij heel veel rondjes langs al die stapel die verspreid door het hele kantoor lagen. Zo ging dat in die tijd. Voor niemand was het een probleem om op zaterdag te werken; iedereen was er en wij sloten af met gezamenlijk Chinees eten.

Die gezelligheid en gemoedelijkheid spreekt beide ook nu nog aan. Tuurlijk hebben er veranderingen plaatsgevonden. We gaan uiteraard met onze tijd mee. In 1992 telde het bureau maar liefst één computer. Nu heeft elke medewerker er eentje. Vroeger typte Willem de bestekken met behulp van het betere knip en plakwerk, weliswaar met schaar en pritstift. De urenverantwoording vond plaats op kladblaadjes. Gerda en Jan Wiebren zijn mee-ontwikkeld met het bureau. Beide hebben de kans gekregen om verschillende zaken op te pakken en zo hun eigen weg te kiezen binnen het bureau. Ze zitten naar eigen zeggen nog steeds op de goede plek.

­